‘Ik zoek naar manieren om diagnose van schizofrenie makkelijker te maken’
- Onderwijsproject
Binnen de psychiatrie is het soms lastig om erachter te komen waar een patiënt precies last van heeft. Een psychiater of psycholoog moet nu vooral met de patiënt praten, en kan geen simpele bloedtest doen. Daarom zijn onderzoekers van de afdeling Klinische Neurowetenschappen en Cognitie van het Universitair Medisch Centrum op zoek naar zogenoemde biomarkers – biologische aanwijzingen die op bepaalde ziektes wijzen. Tijdens zijn stage bij deze afdeling hielp Muniru Amal-Umaru, vierdejaars student Bio-informatica, hen bij deze zoektocht.
Muniru kwam het onderzoek toevallig tegen, maar hij was meteen gefascineerd. 'Bij andere vakgebieden kun je veel makkelijker ontdekken wat er mis is met een patiënt. Heeft iemand een lage hemoglobinewaarde? Dan is het ijzertekort. In de psychiatrie is dit veel lastiger, en ik vond het heel vernieuwend dat deze onderzoekers toch op zoek zijn naar biomarkers.'
Het onderzoek van Muniru richt zich in eerste instantie op schizofrenie. 'We denken dat schizofrenie ontstaat als er in de vroeg adolescente hersenen verbindingen tussen neuronen worden weggesnoeid. Dit gebeurt in principe bij iedereen, maar het lijkt erop dat bij patiënten met schizofrenie te veel verbindingen weg worden gehaald, en dat hierdoor de verschillende persoonlijkheden ontstaan.'
Om dit verder te onderzoeken, keek Muniru naar de spraak van patiënten. 'We hadden een dataset van interviews met patiënten met schizofrenie, en die heb ik geanalyseerd.' In de dataset zaten ook interviews met de broers en zussen van deze patiënten, en met een gezonde controlegroep. 'Ze kregen allemaal dezelfde vragen, en ik keek naar de akoestische karakteristieken van hun spraak, zoals de variatie in tonen, hoe snel ze praten en de articulatie? Het idee is dat je dit kunt linken aan de hoeveelheid weggesnoeide verbindingen in de hersenen.'
Muniru programmeerde een pijplijn om al deze verschillende elementen van de spraak en PET-scans van de deelnemers te analyseren. Daarna probeerde hij het in een model te vangen, maar dit bleek nog wat lastig. 'Het model bleek nog wat te beperkt om echt goede resultaten te krijgen.' Toch wist hij wel wat verbanden te vinden. 'Er lijkt wel samenhang te zijn tussen de kwaliteit van de spraak en de hoeveelheid verbindingen in de hersenen. Mijn collega’s gaan dit nu verder onderzoeken door in de toekomst hersenscans te maken bij veel meer mensen. Dan kunnen we eventuele verschillen duidelijker zien.'
De komende maanden hoopt Muniru zijn model nog te verbeteren, en te ontdekken wat hij na zijn studie wil doen. 'Ik weet nog niet of ik verder wil in dit soort onderzoek, of dat ik toch bij een bedrijf ga werken. Maar ik wil sowieso iets doen met maatschappelijk belang, waarbij ik mensen kan helpen.'
Hoe tevreden ben jij met de informatie op deze pagina?