Cognitieve ontwikkeling

​De cognitieve ontwikkeling is een breed begrip. Het leren, onthouden, het oplossen van problemen en intelligentie vallen allemaal onder cognitieve ontwikkeling. De tekst hieronder is vooral gericht op het leren en denken. Een belangrijke theorie over de ontwikkeling van leren en denken is de theorie van Piaget. Volgens deze theorie is de cognitieve ontwikkeling afhankelijk van de interactie met de omgeving. De ontwikkeling van het denken wordt opgedeeld in 4 (leeftijds)fases, die hier beschreven worden.

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:

Op deze pagina

0-2 jaar
2-6 jaar
6-12 jaar
12-18 jaar

0-2 jaar

Waarnemen en bewegen

Piaget noemt deze fase de senso-motorische fase. In deze fase leert het kind de wereld kennen door enerzijds de zintuigen te gebruiken (zien, horen, voelen, proeven) en anderszijds door te bewegen. In deze fase leert het kind de wereld kennen door enerzijds de zintuigen (senso) te gebruiken en anderszijds door te bewegen (motorisch). Vlak na de geboorte kan een baby vooral reageren op wat er gebeurt, maar naarmate de baby wat ouder wordt kan het steeds meer zelf dingen ondernemen en de wereld om hem heen proberen te beïnvloeden. Een kindje leert steeds preciezer bewegen en en ook het vermogen om waar te nemen neemt toe (het kan bijvoorbeeld steeds meer details zien). Hierbij beïnvloeden waarnemen en bewegen elkaar: bijvoorbeeld door een rammelaar te bewegen (motorisch) ontstaat er een geluidje (waarnemen). Als de baby doorkrijgt dat het bewegen zorgt voor een geluidje, zal het de beweging gaan herhalen. Door op deze manier de wereld te verkennen leert de baby hoe de wereld in elkaar zit.

Object permanentie

In het eerste levensjaar start de ontwikkeling van objectpermanentie. Objectpermanentie is het begrip dat voorwerpen aanwezig blijven, ook als ze uit het zicht verdwenen zijn. Jonge kinderen hebben dat nog niet door. Daarom vinden ze kiekeboe-spelletjes ook zo leuk. Een kind van vier maanden gaat nog niet naar een voorwerp zoeken dat geheel bedekt is, zelfs niet als het kind het voorwerp bedekt ziet worden. Rond 8-12 maanden begrijpen kinderen dat een voorwerp dat uit zicht is nog wel bestaat. Onderstaande filmpje gaat over objectpermanentie:

 

Referenties

  • Diamond, A. (1985). Development of the ability to use recall to guide action, as indicated by infants’ performance on AB. Child development, 56, 868-883.
  • Diamond, A. (1990). The development and neural bases of memory functions as indexed by AB and delayed response tasks in human infants and infant monkeys. Annals of the New York Academy of Scienes, 608, 267-317.
  • Diamond, A. (2002). Normal development of prefrontal cortex from birth to young adulthoods: Cognitive functions, anatomy and biochemistry. In: Stuss, D. T. & Knight, R. T. (Eds.) (2013). The frontal lobes (pp. 466-503). London, UK: Oxford University Press.
  • Piaget, J. (1983). Piaget’s theory. In: Mussen, P. H. & Kessen, W. (Ed.), (1983). Handbook of child psychology; Vol. 1. History, theory and methods. (pp. 103-128)New York: Wiley.

2-6 jaar

Denken

In deze fase zijn kinderen nog erg op zichzelf gericht en begrijpen ze nog niet dat er andere standpunten dan die van henzelf zijn. Kinderen van deze leeftijd geloven dat levenloze objecten, zoals knuffeldieren, een leven hebben en net zo kunnen denken als mensen. Dit wordt animistisch denken genoemd. Tevens kunnen kinderen nog geen volledig onderscheid maken tussen fantasie en werkelijkheid. Hierdoor geloven ze bijvoorbeeld in Sinterklaas.

In de peuter- en kleutertijd verbetert het begrip van getallen, het geheugen en de aandacht. Zo kan een kleuter tellen en weet dat hierbij regels gevolgd moeten worden. Zo weten ze dat alles maar één getal krijgt en maar één keer moet worden geteld.

School

Vanaf het moment dat het kind naar school gaat vinden er veel veranderingen plaats in het leren. Ervoor leerde het kind vooral door zelf dingen te ondernemen, terwijl op school meer systematisch geleerd wordt en volgends de planning van de leerkracht. Voor het kind naar school ging, leerde het kind veel door te spelen.

Referenties
  • Espy, K. A., Kaufmann, P. M., McDiarmid, M. D. & Glisky, M. L. (1999). Executive functioning in preschool children: Performing on A-not0B and other delayed response format tasks. Brain & Cognition, 41(2), 178-199.
  • Gelman, R. & Gallistel, C. R. (1978). The child’s understanding of number. Cambridge, MA: Harvard University Press.
  • Jacques, S. & Zelazo, P. D. (2001). The Flexible Item Selection Task (FIST): A measure of executive function in preschoolers. Developmental neurpsychology, 20(3), 573-591.
  • Kohnstam,R. (2008). Kleine ontwikkelingspsychologie I (6e druk). Houten: Bohn Stafleu van Loghum.Piaget, J. (1983). Piaget’s theory. In: Mussen, P. H. & Kessen, W. (Ed.), (1983). Handbook of child psychology; Vol. 1. History, theory and methods. (pp. 103-128)New York: Wiley.
  • Welsh, M. C., Pennington, B. F. & Groisser, D. B. (1991). A normative-developmental study of executive function: A window on prefrontal function in children. Developmental neuropsychology, 7(2), 131-149.

6-12 jaar

Denken

Een kind in deze fase leert dingen 'in zijn hoofd' te doen. Ze kunnen regels leren en steeds meer verbanden zien tussen dingen. Kinderen kunnen zich steeds beter inleven in iemand anders (bijvoorbeeld als ze iemand de weg wijzen) en ze kunnen problemen in hun hoofd eerst oplossen voordat ze in actie overgaan. Het onderscheid tussen fantasie en werkelijkheid wordt steeds duidelijker, het kind gelooft bijvoorbeeld niet meer in Sinterklaas. Een ander belangrijke mijlpaal is de zogenaamde ‘object conservatie’: kinderen begrijpen dat dingen van vorm kunnen veranderen, maar in aantal/hoeveelheid gelijk blijven. Bijvoorbeeld dat een lang smal glas evenveel water kan bevatten als een breed laag glas. Of dat 6 munten op een rij dicht bij elkaar niet meer is, dan 6 munten op een rij waarbij de munten verder uitgespreid zijn, zie onderstaande filmpje:

Vanaf ongeveer zes jaar kunnen kinderen decentreren, wat inhoudt dat ze rekening kunnen houden met verschillende aspecten en invalshoeken. Door het vermogen tot decentreren kunnen kinderen nadenken over de verschillende factoren die ergens toe leiden. Zo kunnen ze nadenken over verschillende factoren die samen kunnen leiden tot bijvoorbeeld een ruzie.

 

Geheugen

Het geheugen, met name het kortetermijngeheugen, van kinderen verbetert in de schooltijd aanzienlijk. Zo kunnen kinderen aan het begin van de schooltijd, rond zes jaar, ongeveer twee cijfers onthouden en in omgekeerde volgorde herhalen en kunnen ze dit aan het einde van de schooltijd, rond twaalf jaar, met vijf cijfers

Leren

Tussen de 6 en 12 jaar leert het kind op school niet alleen lezen, schrijven en rekenen, maar ook steeds meer kennis (bijvoorbeeld geschiedenis en topografie). Als kinderen ouder worden leren ze ook om na te denken over hun eigen denken en leren. Ze kunnen daardoor ook nadenken over manieren om dingen te onthouden.

Referenties

  • Cowan, N., Saults, J. & Elliot, E. (2002). The search for what is fundamental in the development of working memory. In: Kail, R. & Reese, H. (Eds.). (2002). Advances in child development and behavior. (vol. 29) San Diego: Academic Press
  • Feldman, R. S. (2009). Ontwikkelingspsychologie. Amsterdam: Pearson Education Benelux
  • Kelly, T. P. (2000). The development of executive function in school-aged children. Clinical Neuropsychological Assessment, 1, 38-55.
  • Krikorian, R., Bartok, J. A. & Gay, N. (1994). Tower of Londeon procedure: A standard method and developmental data. Journal of Clinical and Experimental Neuropsychology, 16(6), 840-850.
  • Levin, H. S., Culhane, K. A., Hartmann, J., Evankovich, K., Mattson, A. J., Harward, H., Ringholz, G., Ewing-Cobbs, L. & Fletcher, J. M. (1991). Developmental changes in performance on test of purported frontal love functioning. Developmental Neuropsychology, 7, 377-395.
  • O’Sullivan, J. T. (1993). Applying cognitive developmental principles in classrooms. In: Pasnak, R. & Howe, M. L. (Eds.) (1993). Emerging themes in cognitive development (Vol. 2). New York: Springer-Verlag
  • Piaget, J. (1983). Piaget’s theory. In: Mussen, P. H. & Kessen, W. (Ed.), (1983). Handbook of child psychology; Vol. 1. History, theory and methods. (pp. 103-128)New York: Wiley.
  • Towse, J. & Cowan, N. (2005). Working memory and its relevance for cognitive development. In: Schneider, W, Schumann-Hengsteler, R. & Sodian, B. (Eds.) (2006). Young children’s cognitive development: interrelationships among executive functioning, working memory, verbal ability and theory of mind. Mahwah, NJ: Erlbaum

12-18 jaar

Denken

Deze fase wordt de formeel operationele fase genoemd. In deze fase leren kinderen om abstract te denken. Ze kunnen bijvoorbeeld rekensommen maken met het gebruik van letters (bijvoorbeeld 3x = 6, wat is de waarde van x?), en nadenken over hun eigen gedrag. Bij het oplossen van problemen kunnen ze inschatten welke gevolgen bepaalde oplossingen hebben. Ook kunnen ze moeilijke/ongrijpbare begrippen zoals rechtvaardigheid, het leven en relaties begrijpen en erover nadenken. Belangrijk is hierbij ook dat ze kunnen nadenken over hun eigen denken.

Leren

Over het algemeen kunnen oudere kinderen beter leren dan jongere kinderen. Ten eerste weten oudere kinderen meer, en dus vallen nieuwe dingen in een groter geheel. Ten tweede kunnen oudere kinderen steeds betere nadenken over hun eigen denken. Ze kunnen zelf gaan nadenken hoe ze het beste iets kunnen leren (bijvoorbeeld door dingen te herhalen, tekst te onderstrepen, dingen in eigen woorden navertellen). Ook kunnen ze hoofd- en bijzaken steeds beter onderscheiden: ze zullen niet meer zo snel een hele tekst een paar keer overlezen om iets te leren, maar alleen de belangrijke punten.

Referenties

  • Anderson, P., Anderson, V & Lajoie, G. (1996). The Tower of London Test: Validation and standardization for pediatric populations. The Clinical Neuropsychologist, 10, 54-65.
  • Desoete, A., Roeyers, H. & De Clercq, A. (2003). Can offline metacognition enhance mathematical problem solving? Journal of Educational psychology, 95, 188-200.
  • Jacobs, R., Anderson, V. & Harvey, S, (2001). Concept Generation Test as a measure of conceptual reasoning skills in children: Examination of developmental trends. Clinical Neuropsychological Assessment, 2, 101-117.
  • Kuhn, D. (2000). Metacognitive development. Current directions in Psychological Science, 9, 178-181.
  • Krikorian, R., Bartok, J. A. & Gay, N. (1994).Tower of Londeon procedure: A standard method and developmental data. Journal of Clinical and Experimental Neuropsychology, 16(6), 840-850.
  • Levin, H. S., Culhane, K. A., Hartmann, J., Evankovich, K., Mattson, A. J., Harward, H., Ringholz, G., Ewing-Cobbs, L. & Fletcher, J. M. (1991). Developmental changes in performance on test of purported frontal love functioning. Developmental Neuropsychology, 7, 377-395.
  • Nelson, T. O. (1994). Metacognition. In: Ramachandran, V. S. (Ed.) (1994). Encyclopedia of human behavior (Vol. 3). San Diego, CA: Academic Press.
  • Piaget, J. (1983). Piaget’s theory. In: Mussen, P. H. & Kessen, W. (Ed.), (1983). Handbook of child psychology; Vol. 1. History, theory and methods. (pp. 103-128)New York: Wiley.

{{'Opbouw_Title' | i18n}}

  • {{item.Title}}
    • {{child.Title}}

  • {{item.Title}}
    • {{child.Title}}

{{'Kernvakken_Title' | i18n}}

  • {{vak.Titel}}

{{'StudieInCijfers_Title' | i18n}}

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:

{{'Contact_Title' | i18n}}

{{'Contact_LabelAddress' | i18n}} {{addressLine}}
{{'Contact_LabelOffice' | i18n}} {{vm.office}}
{{'Contact_LabelAssistant' | i18n}} {{vm.name}} {{vm.name}}
{{'Contact_LabelPhone' | i18n}} {{vm.phone}}
{{'Contact_LabelEmailAddress' | i18n}} {{vm.emailDisplay}}
{{'Contact_LabelWebsite' | i18n}} {{vm.website}}

{{'ThemesWidget_Title' | i18n}}

{{"FocusAreas_Title" | i18n}}

{{'ResearchProject_InfoWidgetTitle' | i18n}}

{{'ThemesWidget_Title' | i18n}}

{{"FocusAreas_Title" | i18n}}

{{'EducationProfile_Title' | i18n}}

{{'EducationProfile_VWO' | i18n}}

{{'EducationProfile_HAVO' | i18n}}

{{'EducationProfile_MBO' | i18n}}

{{'Opleidingen_Title' | i18n}}

{{'Location_Title' | i18n}}

{{'Locations_Title' | i18n}}

{{vm.model[0].Title}}

{{vm.model[0].Street}}
{{vm.model[0].ZipCode}}  {{vm.model[0].City}}

{{'ContactInformation_Title' | i18n}}