Taalontwikkeling

De taalontwikkeling verloopt bij elk kind volgens min of meer vaste stappen, dit worden ‘mijlpalen’ genoemd. Deze mijlpalen zijn terug te zien in verschillende culturen en talen. Daarom wordt in de wetenschappelijke literatuur aangenomen dat er een aangeboren taalsysteem aanwezig is bij kinderen, waardoor kinderen een taal kunnen leren.

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:
{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:

​​Het is belangrijk om te bedenken dat er binnen de normale taalontwikkeling grote verschillen zijn tussen kinderen. Sommige kinderen praten rond hun 1e verjaardag, terwijl andere kinderen rond hun 2e verjaardag hun eerste woordjes zeggen. Daarnaast kunnen kinderen een tijdje stil lijken te staan in de taalontwikkeling en dan ineens een ‘sprintje’ m​aken. Dit is heel normaal. Let altijd op of uw kind qua vaardigheden niet achteruit gaat, dit is een reden om weer contact op te nemen met de arts of het consultatiebureau.

Referenties

  • De Bal C (2012). Taalontwikkelingsstoornissen: Een stand van zaken. Logopedie, 3, 45-54.
  • Schaerlaekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.
  • Van Hell JG, de Klerk A, Strauss DEM en Torremans T (2002). Taalontwikkeling en taalstoornissen. Leuven/Apeldoorn: Garant.​

Op deze pagina

Voor de geboorte
0-1 jaar
1 - 2,5 jaar
2,5-5 jaar
5 - 10 jaar​

Voor de geboorte

Al voor de geboorte is het gehoororgaan ontwikkeld. Een baby kan al geluiden horen in de baarmoeder. De baby heeft na de geboorte vaak een voorkeur voor bekende geluiden, zoals de stem van de moeder.

Referentie

  • Schaerlaekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.​

0-1 jaar

In het eerste levensjaar bestaat de taalontwikkeling uit 1) verschillende geluiden te herkennen, 2) het zelf produceren van geluidjes en 3) de eerste communicatie met andere mensen.

Geluiden herkennen

Al voor de geboorte is het gehoororgaan ontwikkeld. Een baby kan al geluiden horen in de baarmoeder. De baby heeft na de geboorte vaak een voorkeur voor bekende geluiden, zoals de stem van de moeder. In de eerste maanden leert het kind o​m een onderscheid te maken tussen gesproken taal en andere geluiden (bijvoorbeeld de stofzuiger).

Geluid​​jes maken

In deze periode begint het kind zelf geluidjes te maken. Dit is een voorbereiding op het praten.  Het kind probeert allerlei geluidjes uit: hard-zacht, lang-kort, pruttelen en blazen. Rond 6 a 7 maanden begint het kind met brabbelen. Het​​ kind begint met het maken van makkelijke klanken waarbij de mond open is (zoals "e" of "a") of dicht is ("m", " p"). Vaak vinden kinderen het leuk om klanken te herhalen. Daarom zijn de eerste woordjes vaak "papa" of "mama". ​

Communicatie

De interactie tussen het kind en de ouders (en andere mensen) is een belangrijke factor voor de taalontwikkeling. Al​s het kind eenmaal kan praten wordt taal gebruikt om dingen duidelijk te maken aan de ouders. Maar ook voordat het kind kan praten kan het kind dingen duidelijk maken. Het kind kan bijvoorbeeld naar speelgoed wijzen waarmee het wil spelen of het bord van zich afduwen als het niet verder wil eten. Ook kan ket kind proberen met geluid de aandacht te trekken, en duidelijk maken het ergens niet mee eens te zijn. Deze interactie speelt een belangrijke rol in de taalontwikkeling.

 Een andere vorm van communicatie is teruglachen:​

 

Referentie

  • Schaer​laekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

1 - 2,5 jaar

​In deze periode leert het kind steeds meer verschillende klanken te maken. Dit leidt uiteindelijk tot het eerste woordje. Gemiddeld zegt het kind rond de eerste verjaardag het eerste woordje. Deze woorden zijn vaak belangrijke mensen in de omgeving (papa, mama), dieren (poes, hond), speelgoed (auto, bal) of groeten (doei, daag). Vaak gebruiken kinderen een ander (makkelijker) woord. Het kind zegt bijvoorbeeld "wawa" (waf) voor hond en "broem" voor auto. Dit wordt eenonomatopee genoemd en 'telt' als eerste woordje. In het begin worden niet alle woorden goed uitgesproken. Er worden moeilijke klanken soms weggelaten: "snoep" wordt "snoe", "school" wordt "sool", of vervangen door een makkelijkere klank "sorry" wordt "torry" of "koffie" wordt "toffie. 
Eerste woordjes, met onomatopeeën​.

 

Vervolgens leert het kind om steeds meer woordjes te gebruiken. Het aantal woordjes neemt hierbij snel toe. Een kind van 18 maanden gebruikt gemiddeld 50 woordjes, terwijl een kind van 2 jaar gemiddeld 200 woordjes gebruikt. Vervolgens gaat het kind woorden combineren tot korte 2-woords zinnetjes (zoals "jas aan" of "papa bal"), korte zinnetjes produceren en steeds meer vragen stellen. Kinderen begrijpen meer woordjes dan ze zelf gebruiken. Kinderen van 13 maanden begrijpen bijvoorbeeld gemiddeld 50 woordjes en gebruiken er zelf 10. Daarnaast gebruiken kinderen andere manieren om iets duidelijk te maken: bijvoorbeeld door dingen aan te wijzen of gebaren te gebruiken.

Referentie

Schaerlaekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.

2,5-5 jaar

​​In deze fase kan het kind steeds beter met taal dingen duidelijk maken. Het kind kan ingewikkelde klanken steeds beter uitspreken (zoals /r/  of /s/) of samengestelde klanken zoals /sch/(ool). Met name de /r/ is een lastige klank om uit te spreken en een kind hoeft deze nog niet goed te gebruiken tot 6 jaar. Voor andere mensen is het kind steeds beter te verstaan. De zinnetjes worden steeds langer: op 3-jarige leeftijd hebben zinnen gemiddeld 3,5 woorden per zin en op 4-jarige leeftijd worden gemiddeld 4,5 woorden per zin. Ook kent het kind kent de betekenis van meer woorden (3 jaar: ongeveer 1000 woorden, 5 jaar ongeveer 3000 woorden). Als het kind een woord niet weet kan het zelf een woord bedenken ("automonteur" wordt "autodokter").  Ook gaat het kind taal steeds meer gebruiken. Het kind begint bijvoorbeeld met het vertellen van verhaaltjes en gaat steeds meer vragen stellen: wie, wat waar, waarom?

Verhaaltje vertellen​

 

Referenties

  • Schaerlaekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.
  • Koninklijke van Gorcum BV (2005). Van Wiechen ontwikkelingsonderzoek.

5 - 10 jaar

Over het algemeen kan het kind de klanken uit de eigen taal nu allemaal uitspreken. De uitspraak van moeilijke klanken (/sch/, /sf/, /sk/, /r/) is nog niet bij alle kinderen perfect. Het wisselen van de tanden kan een tijdelijk effect hebben op uitspraak van klanken. Het kind kent steeds meer woorden: op 5-jarige leeftijd kent het kind gemiddeld ongeveer 3000 woorden en op 6-jarige leeftijd kent het 6000-8000 woorden. De zinnen worden langer en complexer. In het vertellen van een verhaal worden steeds meer details gebruikt. Taal wordt nu ook op andere manieren gebruikt dan alleen praten: op school wordt lezen en schrijven geleerd. Ook begint het kind na te denken over taal: het kan sarcasme herkennen, woordgrapjes begrijpen en volwassenen verbeteren. Hierdoor verkrijgt het kind ook steeds meer inzicht in zijn eigen taalgebruik, bijvoorbeeld “vroeger zei ik ... maar nu weet ik dat het eigenlijk ... is”.

Referenties
  • Schaerlaekens A (2008). De taalontwikkeling van het kind. Groningen/Houten: Wolters-Noordhoff.
  • Zink, I. & Smessaert, H. (2009). Taalontwikkeling Stap voor Stap. Herentals: Vlaamse Vereniging voor Logopedie.​

{{'Opbouw_Title' | i18n}}

  • {{item.Title}}
    • {{child.Title}}

  • {{item.Title}}
    • {{child.Title}}

{{'Kernvakken_Title' | i18n}}

  • {{vak.Titel}}

{{'StudieInCijfers_Title' | i18n}}

{{'ShareCounter_Share_Label' | i18n}}:

{{'Contact_Title' | i18n}}

{{'Contact_LabelName' | i18n}} {{vm.name}}
{{'Contact_LabelAddress' | i18n}} {{addressLine}}
{{'Contact_LabelOffice' | i18n}} {{vm.office}}
{{'Contact_LabelAssistant' | i18n}} {{vm.assistantName}} {{vm.assistantName}}
{{'Contact_LabelPhone' | i18n}} {{vm.phone}}
{{'Contact_LabelEmailAddress' | i18n}} {{vm.emailDisplay}}
{{'Contact_LabelWebsite' | i18n}} {{vm.website}}

{{'ThemesWidget_Title' | i18n}}

{{"FocusAreas_Title" | i18n}}

{{'ResearchProject_InfoWidgetTitle' | i18n}}

{{'ThemesWidget_Title' | i18n}}

{{"FocusAreas_Title" | i18n}}

{{'EducationProfile_Title' | i18n}}

{{'EducationProfile_VWO' | i18n}}

{{'EducationProfile_HAVO' | i18n}}

{{'EducationProfile_MBO' | i18n}}

{{'Opleidingen_Title' | i18n}}

{{'Location_Title' | i18n}}

{{'Locations_Title' | i18n}}

{{vm.model[0].Title}}

{{vm.model[0].Street}}
{{vm.model[0].ZipCode}}  {{vm.model[0].City}}

{{'ContactInformation_Title' | i18n}}